|
1.
Hardware Eisen
Introductie
Voordat we beginnen, overlopen we even de hardware eisen die je minimaal
nodig hebt om Gentoo succesvol te installeren met de Gentoo Installatie
LiveCD
Hardware Eisen
| Memory |
128 MB |
| Diskspace |
1.5 GB (uitgezonderd swap ruimte) |
| Swap ruimte |
Ten minste 256 MB |
1.
De Gentoo Linux Installatie LiveCD
Introductie
Gentoo Linux kan geïnstalleerd worden met behulp van een stage3
tarball. Deze tarball is een archief dat een minimale Gentoo omgeving bevat, die
u kunt gebruiken tijdens de installatie instructies in deze handleiding.
Installaties die een stage1 of stage2 tarball gebruiken worden niet
gedocumenteerd in het Gentoo Handboek - lees de Gentoo FAQ
Hoe installeer ik een stage1 of stage2
tarball? (engelstalig).
Gentoo Linux Installatie LiveCD
De Gentoo Installatie CD's zijn opstartbare CD's die een zelfstandige
Gentoo omgeving bevatten. Zij laten u toe om Linux vanaf de CD op te starten.
Gedurende het opstarten wordt uw hardware gedetecteerd en de benodigde
stuurprogramma's worden geladen. Deze worden onderhouden door de Gentoo
ontwikkelaars.
De twee Installatie CD's die we op dit moment aanbieden zijn:
-
De Gentoo Installatie LiveCD bevat alles wat u nodig heeft om
Gentoo te installeren. De CD heeft een grafische omgeving, een grafishe
en een command-line installatie procedure met een automatische
installatie, en natuurlijk de installatie instructies voor uw
architectuur.
-
De minimale Gentoo Installatie CD, een kleine, puur nuttige
opstartbare CD waarvan het enige doel is, om het systeem op te starten,
het netwerk in te stellen en verder te gaan met de Gentoo installatie.
Het bevat geen aanvullende bestanden en kan niet gebruikt worden bij de
huidige installatiebenadering.
1.
Downloaden, Branden en Opstarten van een Gentoo Installatie CD
Downloaden en Branden van de Installatie CD
U kunt de Gentoo Installatie LiveCD's downloaden van een van onze mirrors. Ze zijn terug te vinden in de
${release-dir}livecd/ directory.
In deze directory vindt u de zogenaamde ISO-bestanden terug.
Deze zijn volledige CD images, welke u kan schrijven naar een CD-R.
Indien u zich afvraagt of het gedownloade bestand corrupt is of niet, kunt u:
-
de MD5 controle som nakijken en vergelijken met de MD5 controle som die wij
ter beschikking stellen. Dit kan bijvoorbeeld met de md5sum tool van
Linux/Unix of md5sum voor
Windows.
-
de authenticiteit van het gedownloade bestand ook nakijken met GnuPG
met de versleutelde handtekening die we ter beschikking stellen. U moet wel
eerst onze publieke sleutel (17072058) downloaden.
Publieke sleutel verkrijgen voor gebruik met de GnuPG applicatie:
Codevoorbeeld 1.1: Obtaining the public key |
$ gpg --keyserver pgp.mit.edu --recv-keys 17072058
|
Verifieer nu de handtekening:
Codevoorbeeld 1.1: Verifieer nu de versleutelde handtekening |
$ gpg --verify <signature file> <downloaded iso>
|
Om de gedownloade ISO(s) te branden, moet u raw-burning selecteren.
Hoe u dit doet is zeer sterk afhankelijk van welk programma u gebruikt.
We zullen hier cdrecord en K3B bespreken; meer informatie is
terug te vinden in onze Gentoo FAQ
(Engelstalig).
-
Met cdrecord, typt u eenvoudig cdrecord dev=/dev/hdc <gedownloade iso
bestand> (vervang /dev/hdc met uw CD-RW drive pad).
-
Met K3B, selecteer Tools > CD > Burn Image.
Dan kunt u de locatie van uw ISO bestand bepalen in het 'Image to Burn'
omgeving. Als laatste klikt u dan op Start.
Opstarten van de Installatie CD
Belangrijk:
Lees de volledige subsectie voor verder te gaan, omdat u niet altijd de tijd
zult hebben om te lezen voordat u kunt reageren.
|
Als u de installatie CD hebt gebrand, is het tijd geworden om deze op te
starten. Verwijder alle CDs uit de CD drives, herstart uw systeem en ga de
BIOS binnen. Dit doet u door op DEL, F1 of ESC te drukken, afhankelijk van uw
Bios. Verander in de BIOS de opstart volgorde zo dat de CD-ROM
geprobeerd wordt voor de harde schijf. Deze optie vindt men vaak terug onder
"CMOS Setup". Indien u dit niet doet, kan het zijn dat uw systeem gewoon vanaf
de harde schijf opstarten en de CD-ROM negeren.
Plaats nu de CD in de CD-ROM drive (duh) en herstart. U moet een boot prompt
zien. Bij dit scherm, kunt u op Enter drukken om het start proces te beginnen
met de standaard start opties, of u kunt de Installatie CD ook opstarten met
aangepaste opties door een kernel te op te geven, gevolgd door de start
argumenten. Om verder te gaan druk dan op Enter.
Een kernel op geven? Ja, we voorzien verschillende kernels bij onze Installatie
CDs. De standaard is gentoo. Andere kernels zijn voor specifieke hardware
eisen en de -nofb varianten die de framebuffer ondersteuning uitschakelt.
Hieronder vindt u een klein overzicht met de beschikbare kernels:
| Kernel |
Beschrijving |
| memtest86 |
Test uw RAM geheugen op fouten |
U kunt ook kernel opties opgeven. Zij representeren optionele instellingen
die u kunt (de)activeren. De volgende lijst is dezelfde die u ontvangt indien
u op F2 tot F7 drukt bij het start scherm.
Codevoorbeeld 1.1: Beschikbare aan de kernel mee te geven opties |
acpi=on Dit laadt ondersteuning voor ACPI en start de acpid daemon bij
het opstarten van de CD. Dit is enkel nodig indien je systeem
ACPI vereist om goed te functioneren. Dit is niet vereist voor
Hyperthreading ondersteuning.
acpi=off Schakelt ACPI volledig uit. Dit is nuttig voor oudere systemen,
en is vereist om APM te kunnen gebruiken. Dit zal Hyperthreading
ondersteuning voor je processor uitschakelen.
console=X Dit schakelt seriële toegang in voor de CD. De eerste optie is
het apparaat, meestal ttyS0 op x86, gevolgd door de
verbindingsopties, gesplitst door spaties. De standaard opties
zijn 9600,8,n,1.
dmraid=X Hiermee kan je opties sturen naar het device-mapper RAID
subsysteem. Opties moeten tussen quotes geplaatst worden.
doapm Dit laadt APM driver ondersteuning. Hiervoor moet je ook
acpi=off inschakelen.
dobladecenter Dit voegt enkele extra pauzes toe tijdens het opstarten voor
de trage USB CDROM van de IBM BladeCenter.
dopcmcia Dit laadt ondersteuning voor PCMCIA en Cardbus hardware en zorgt
er ook voor dat de pcmcia cardmgr gestart wordt bij het
opstarten. Dit is enkel nodig indien u opstart van een
PCMCIA/Cardbus apparaat.
doscsi Dit zorgt voor ondersteuning van de meeste SCSI controllers. Dit
is ook vereist bij het booten van de meeste USB apparaten omdat
deze het SCSI subsysteem van de kernel gebruiken.
hda=stroke Deze optie laat je toe om een hele harde schijf te partitioneren
ook al kan je BIOS geen grote harde schijven aan. Dit wordt
enkel gebruikt op systemen met een oudere BIOS. Vervang hda door
het apparaat dat deze optie vereist.
ide=nodma Dit schakelt DMA uit in de kernel en is vereist voor sommige IDE
chipsets en ook voor sommige CDROM drives. Als je systeem
problemen heeft met het lezen van je IDE CDROM kan je deze optie
proberen. Dit zorgt er ook voor dat de standaard hdparm
instellingen niet uitgevoerd worden.
noapic Dit schakelt de Advanced Programmable Interrupt Controller uit
die te vinden is op nieuwere moederborden. Het is geweten dat
dit problemen met oudere hardware veroorzaakt.
nodetect Hiermee zal de CD geen gebruik maken van de autodetectie voor
apparaten en DHCP. Dit is nuttig bij het debuggen van een
falende CD of driver.
nodhcp Dit schakelt het zoeken naar DHCP uit op gedetecteerde
netwerkkaarten. Dit is nuttig bij netwerken met enkel statische
adressen.
nodmraid Schakelt ondersteuning uit voor de device-mapper RAID
zoals die die gebruikt wordt op on-board IDE/SATA RAID
controllers.
nofirewire Dit schakelt alle Firewire modules uit. Dit is enkel nodig
indien je Firewire hardware problemen veroorzaakt bij het
opstarten van de CD.
nogpm Dit schakelt ondersteuning voor de gpm console muis uit.
nohotplug Dit schakelt de hotplug en coldplug init scripts uit. Dit is
nuttig bij het debuggen van een falende CD of driver.
nokeymap Schakelt de keymap keuze voor niet-us toetsenborden uit.
nolapic Schakelt de local APIC op Uniprocessor kernels uit.
nosata Schakelt het laden van Serial ATA modules uit. Dit is nuttig
indien je systeem problemen heeft met het SATA subsysteem.
nosmp Dit schakelt SMP, of Symmetric Multiprocessing, uit op
SMP-enabled kernels. Dit is nuttig bij het debuggen van SMP
gerelateerde problemen met bepaalde drivers en moederborden.
nosound Dit schakelt de ondersteuning voor geluid uit. Dit is nuttig
voor systemen waarbij het geluid voor problemen zorgt.
nousb Schakelt het laden van de USB modules uit. Dit is nuttig bij het
debuggen van USB problemen.
dodevfs Dit schakelt het verouderde device filesystem in op 2.6
systemen. Je moet ook noudev gebruiken om dit te kunnen laten
werken. Aangezien devfs de enige optie is bij 2.4 kernels heeft
deze optie geen effect bij het opstarten van een 2.4 kernel.
doevms2 Hiermee schakel je de ondersteuning van IBM's pluggable EVMS, of
Enterprise Volume Management System in. Het is niet veilig om
dit samen met lvm2 te gebruiken.
dolvm2 Dit schakelt ondersteuning voor Linux's Logical Volume
Management in. Het is niet veilig om dit samen met evms2 te
gebruiken.
noudev Dit schakelt udev ondersteuning in 2.6 kernels uit. Deze optie
vereist dat dodevfs gebruikt wordt en heeft geen effect bij het
opstarten van een 2.4 kernel.
unionfs Schakelt ondersteuning voor Unionfs op geondersteunde CD images
in. Dit zal een schrijfbare Unionfs overlay aanmaken in een
tmpfs, wat je toelaat om elk bestand van de CD aan te passen.
unionfs=X Schakelt ondersteuning voor Unionfs op geondersteunde CD images
in. Dit zal een schrijfbare Unionfs overlay aanmaken op het
apparaat dat je specifieert. Het apparaat moet geformatteerd
zijn met een herkenbaar bestandssysteem en schrijfbaar zijn door
de kernel.
debug Schakelt debugging code in. Dit kan slordig worden aangezien het
een hele boel data op het scherm toont.
docache Dit cacht het hele runtime gedeelte van de CD in het RAM
geheugen, zodat je de /mnt/cdrom kunt umounten en er een andere
CD kunt mounten. Deze optie vereist dat je minstens twee maal
zo veel RAM hebt dan de grootte van de CD.
doload=X Dit zorgt ervoor dat de initrd elke module, en zijn
dependency's, laadt die meegegeven wordt. Vervang X door de
modulenaam. Meerdere modules worden door een komma gescheiden.
noload=X Dit laat de initrd specifieke modules overslagen. De sytax komt
overeen met die van doload.
nox Hiermee start een LiveCD met X, X niet automatisch en start
enkel de command line.
scandelay Dit laat de CD 10 seconden wachten tijdens bepaalde delen van
het opstarten om de trage apparaten te laten aangeven dat ze
klaar zijn voor gebruik.
scandelay=X Dit doet net hetzelfde als scandelay maar pauzeert gedurende X
aantal seconden.
|
Nu kan u de CD starten, een kernel opgeven (indien u niet tevreden bent met de
standaard gentoo kernel) en de opstart opties selecteren. Als voorbeeld
zullen we tonen hoe u de gentoo kernel met dopcmcia parameter,
opstart:
Codevoorbeeld 1.1: Starten van een Installatie CD |
boot: gentoo dopcmcia
|
U zult begroet worden met een opstartscherm en een vooruitgangsbalk. Als u
Gentoo installeert op een systeem met een niet-US toetsenbord, zorg er dan voor
dat u meteen ALT-F1 indrukt om naar de verbose modus over te schakelen en volg
de prompt. Als er binnen 10 seconden geen selectie wordt gemaakt zal de
standaard layout (het toetsenbord van de V.S.) worden gebruikt.
Als het opstarten klaar is, zal Gnome opstarten en wordt u automatisch
aangemeld op het "Live" Gentoo Linux systeem als "gentoo" in de grafische mode.
U wordt aangemeld als "root", de superuser, op de andere consoles en zou daar
eenroot ("#") prompt hebben. U kunt tussen deze consoles wisselen door Alt-F2,
Alt-F3, Alt-F4, Alt-F5, Alt-F6. Ga terug naar de grafische desktop door op
Alt-F7 te drukken. Om naar de consoles over te schakelen vanuit X, moet je
de bovenstaande commando's voorafgaan met Ctrl. U kunt in de grafische omgeving
commando's uitvoeren door sudo te gebruiken en zelfs root worden in
een terminal om meerde taken uit te voeren.
Codevoorbeeld 1.1: Sudo gebruiken om applicaties uit te voeren |
# sudo vi /etc/group
# sudo su -
|
Extra Hardware Configuratie
Wanneer de Installatie CD start, probeert hij al uw hardware te detecteren en
de geschikte kernel modules te laden om uw hardware te ondersteunen. In de
meeste gevallen, zal de Installatie CD zijn taak goed doen. Hoe dan ook, in
sommige gevallen, zal de Installatie CD de kernel-modules die u nodig heeft
nietautomatisch laden. Indien de PCI-autodetectie sommige van uw hardware
gemist heeft, zult u de geschikte kernel modules handmatig moeten laden. Deze
taken vereisen root toegang.
In het volgende voorbeeld zullen we de 8139too module proberen
te laden (ondersteuning voor verschillende netwerkkaarten):
Codevoorbeeld 1.1: Kernel modules laden |
# modprobe 8139too
|
Als u PCMCIA ondersteuning nodig hebt, dient u het pcmcia initialisatie
script te starten:
Codevoorbeeld 1.1: Het PCMCIA init script starten |
# /etc/init.d/pcmcia start
|
Optioneel: Hard Disk prestatie verbeteren
Indien u een gevorderde gebruiker bent, zult u misschien de IDE harde schijf
prestaties willen verbeteren, via hdparam. Met de
-tT opties kunt u de prestaties van uw schijf testen (voert het
verschillende keren uit om een betere indruk te krijgen):
Codevoorbeeld 1.1: Testen van harde schijf performantie |
# hdparm -tT /dev/hda
|
Om de harde schijf in te stellen, kunt u één van de volgende voorbeelden
gebruiken (of experimenteer zelf een beetje) die /dev/hda
gebruiken als harde schijf (vervang dit met jouw harde schijf):
Codevoorbeeld 1.1: Harde Schijf prestatie afstellen |
# hdparm -d 1 /dev/hda
# hdparm -d 1 -A 1 -m 16 -u 1 -a 64 /dev/hda
|
Optioneel: Gebruikes
Indien u van plan bent om andere mensen toegang te verlenen tot uw installatie
omgeving of indien u wil chatten gebruikmakend van irssi zonder root
privileges (om veiligheidsredenen), moet u de nodige gebruikers
aanmaken en het root wachtwoord wijzigen.
Om uw root wachtwoord te wijzigen, gebruikt u het passwd commando:
Codevoorbeeld 1.1: Veranderen van het root wachtwoord |
$ sudo su -
# passwd
New password:
Re-enter password:
|
Om een gebruiker aan te maken, moeten we eerst de gekozen
gebruikersnaam ingeven, gevolgd door een wachtwoord. We gebruiken useradd
en passwd om deze taken uit te voeren. In het volgende voorbeeld,
zullen we een gebruiker genaamd "john" aanmaken.
Codevoorbeeld 1.1: Aanmaken van een gebruiker |
# useradd -m -G users john
# passwd john
New password:
Re-enter password:
|
U kunt nu uw gebruikers id van root naar de vers gemaakte gebruiker wijzigen
door su te gebruiken:
Codevoorbeeld 1.1: Veranderen van user id |
# su - john
|
U kunt ook het wachtwoord van de gebruiker "gentoo" in de grafische omgeving
wijzigen. Deze gebruiker is al gepast voor gebruik op internet.
Codevoorbeeld 1.1: Het gentoo wachtwoord wijzigen |
$ passwd
New password:
Re-enter password:
|
Optioneel: Documentatie bekijken gedurende de Installatie
Indien u wenst het Gentoo Handboek (vanaf de CD of online) gedurende de
installatie te bekijken, kan je dit met Mozilla Firefox (in de grafische
omgeving) of met links (in een terminal omgeving).
Codevoorbeeld 1.1: De documentatie bekijken met Firefox |
# firefox /mnt/cdrom/docs/handbook/html/index.html
|
Indien U liever links gebruikt om een tekst versie van het handboek te
bekijken, moet u er eerst zeker van zijn dat u een gebruiker hebt aangemaakt
(zie Optioneel: Gebruikers). Druk dan op
Alt-F2 om een nieuwe terminal te openen en meld u aan.
Codevoorbeeld 1.1: De documentatie op de CD met links bekijken |
# links /mnt/cdrom/docs/handbook/html/index.html
|
U kunt terug naar het originele scherm gaan door Alt-F7 te drukken.
Het is hoe dan ook aangeraden om het on-line Gentoo handboek te gebruiken omdat
u dan altijd over de meest actuele versie beschikt. U kunt het bekijken door
gebruik te maken van zowel Firefox als links, maar enkel en alleen nadat
u de Configuratie van uw Netwerk afgerond heeft (anders kunt u geen
verbinding krijgen met het Internet om het document te bekijken):
Codevoorbeeld 1.1: Bekijken van de online documentatie met Firefox |
# firefox http://www.gentoo.org/doc/en/handbook/${online-book}
|
Codevoorbeeld 1.1: Bekijken van de online documentatie met links |
# links http://www.gentoo.org/doc/en/handbook/${online-book}
|
U kunt nu kiezen om verder te gaan met de (GTK+
gebaseerde installer) (heeft X nodig) of de (Dialog gebaseerde installer) die vanuit de
console kan gestart worden.
|