Gentoo Logo

Disclaimer : Dit document is niet juist en is niet meer onderhouden.


[ << ] [ < ] [ Home ] [ > ] [ >> ]


2. Configuratie via variabelen

Inhoud:

2.a. Portage Configuratie

Zoals eerder gezegd is Portage in te stellen door verschillende variabelen die je kunt wijzigen in /etc/make.conf. Lees de make.conf man pagina voor meer informatie:

Codevoorbeeld 1.1: Lezen van de make.conf man pagina

$ man make.conf

2.b. Installatie specifieke instellingen

Configuratie en compileeropties

Als Portage applicaties installeert, geeft het de waarde van de volgende variabelen door aan de compiler en het configuratie script:

  • CFLAGS & CXXFLAGS definiëren de gewenste compileeropties voor C en C++ compilatie.
  • CHOST definieert de systeeminstallatie informatie voor het configuratie script van de betreffende applicatie.
  • MAKEOPTS wordt doorgegeven aan het make commando en wordt meestal gebruikt om de mate van parallelliteit te definiëren tijdens de compilatie. Meer informatie over de 'make' opties kan gevonden worden in de man pagina van make.

De USE variabele wordt gebruikt tijdens de configuratie en compilatie, maar is in eerdere hoofdstukken reeds uitgebreid besproken.

Merge Opties

Als Portage een nieuwere versie van een bepaald stuk software geïnstalleerd heeft, zal het de oude bestanden of de oude versie van je systeem verwijderen. Portage geeft de gebruiker 5 seconden de tijd voordat het verwijderen van de oude versie begint. Deze 5 seconden zijn gedefinieerd door de CLEAN_DELAY variabele.

2.c. Configuratie van bestandsbescherming

Beschermde lokaties van Portage

Portage overschrijft bestanden door nieuwere versies als de bestanden niet opgeslagen zijn in een beschermde lokatie. Deze beschermde lokaties zijn gedefinieerd door de CONFIG_PROTECT variabele en zijn voornamelijk lokaties waar configuratie bestanden staan. De mappen in de lijst worden door een spatie gescheiden.

Een bestand dat in een beschermde lokatie wordt geschreven wordt van naam veranderd en de gebruiker wordt gewaarschuwd over de aanwezigheid van een nieuwere versie van het (waarschijnlijke) configuratie bestand.

Je kunt meer te weten komen over de huidige CONFIG_PROTECT instellingen via de emerge --info informatie:

Codevoorbeeld 3.1: Verkrijgen van de CONFIG_PROTECT instellingen

$ emerge --info | grep 'CONFIG_PROTECT='

Meer informatie over de bestand bescherming configuratie van Portage is beschikbaar via emerge:

Codevoorbeeld 3.2: Meer informatie over de configuratie van de bestandsbescherming

$ emerge --help config

Mappen uitsluiten

Om de bescherming van bepaalde submappen van beschermde lokaties op te heffen, kun je de CONFIG_PROTECT_MASK variabele gebruiken.

2.d. Download Opties

Server Lokaties

Als de gevraagde informatie of data niet beschikbaar is op je systeem, zal Portage deze informatie van het internet halen. De serverlokaties voor de verschillende informatie en data kanalen zijn gedefinieerd door de volgende variabelen:

  • GENTOO_MIRRORS definieert een lijst van server lokaties die broncode bevatten (distfiles)
  • PORTAGE_BINHOST definieert een specifieke server lokatie die reeds gebouwde bestanden voor je systeem bevat.

Een derde instelling betreft de lokatie van de rsync server die je gebruikt om je Portage-boom te vernieuwen.

  • SYNC definieert een specifieke server die Portage gebruikt om de Portage boom vandaan te halen.

De GENTOO_MIRRORS en SYNC variabelen kunnen automatisch worden ingesteld met behulp van de applicatie mirrorselect. Voer eerst emerge mirrorselect uit voordat je het kan gebruiken. Kijk voor meer informatie, in de online hulp van mirrorselect:

Codevoorbeeld 4.1: Meer informatie over mirrorselect

# mirrorselect --help

Als het voor jou omgeving nodig is om een proxyserver te gebruiken, kun je de HTTP_PROXY, FTP_PROXY en RSYNC_PROXY variabelen gebruiken om je proxy server bekend te maken.

Commando's voor het ophalen

Als het nodig is dat Portage broncode ophaalt, gebruikt deze standaard wget. Dit kan veranderd worden via de FETCHCOMMAND variabele.

Portage kan verder gaan met eerder gedeeltelijk opgehaalde bron code. Het gebruikt standaard wget, maar dit kan aangepast worden door middel van de RESUMECOMMAND variabele.

Zorg ervoor dat FETCHCOMMAND en RESUMECOMMAND de bron code in de juiste lokatie opslaan. Binnen de variabelen kunnen \${URI} en \${DISTDIR} gebruikt worden om de locatie van de broncode en de lokatie van de distfiles aan te geven.

Protocol-gebonden eigenschappen kunnen worden gedefinieerd door middel van FETCHCOMMAND_HTTP, FETCHCOMMAND_FTP, RESUMECOMMAND_HTTP, RESUMECOMMAND_FTP, etc.

Rsync instellingen

Het rsync commando dat gebruikt wordt door Portage om de Portage-boom te vernieuwen kan niet aangepast worden, maar sommige variabelen die gerelateerd zijn aan het rsync commando kunnen wel aangepast worden:

  • RSYNC_EXCLUDEFROM verwijst naar een bestand met de softwarepakketten en/of categorieën die rsync dient te negeren tijdens het update proces.
  • RSYNC_RETRIES definieert hoe vaak rsync zal proberen contact te maken met de server waarnaar verwezen wordt door de SYNC variabele, voordat opgegeven wordt. De standaard waarde van deze variabele is 3.
  • RSYNC_TIMEOUT definieert het aantal seconden dat een rsync connectie inactief kan zijn voordat rsync deze als verbroken ziet. De standaard waarde van deze variabele is 180, maar mensen met een inbelverbinding zullen het waarschijnlijk op 300 of hoger willen zetten.

2.e. Gentoo configuratie

Branch selectie

De standaard branch kan aangepast worden met de ACCEPT_KEYWORDS variabele. De standaard is de stabiele branche van de architectuur die gebruikt wordt. Meer informatie over de branches van Gentoo kan in het volgende hoofdstuk gevonden worden.

Portage mogelijkheden

Bepaalde mogelijkheden van Portage kunnen geactiveerd worden door de FEATURES variabele. De Portage mogelijkheden zijn besproken in eerdere hoofdstukken, zoals Portage Mogelijkheden.

2.f. Portage gedrag

Hulpbronnen beheer

Met de PORTAGE_NICENESS variabele kan de vriendelijkheidswaarde van Portage worden aangepast. De PORTAGE_NICENESS waarde wordt toegevoegd aan de huidige vriendelijkheidswaarde.

Voor meer informatie over vriendelijkheidswaarden, zie de nice man pagina:

Codevoorbeeld 6.1: Meer informatie over nice

$ man nice

Schrijf Gedrag

De NOCOLOR, welke standaard de waarde "false" heeft, bepaalt of Portage wel of geen kleuren gebruikt.


[ << ] [ < ] [ Home ] [ > ] [ >> ]


Print

View all

Upgedate op 30 augustus 2006

De originele versie van dit document was laatst geupdate om 18 december 2013

Korte inhoud: Portage is in zijn geheel te configureren door verschillende variabelen die u kunt instellen in het configuratie bestand of als een omgevingsvariabele.

Sven Vermeulen
Author

Roy Marples
Author

Daniel Robbins
Author

Chris Houser
Author

Jerry Alexandratos
Author

Seemant Kulleen
Gentoo x86 Developer

Tavis Ormandy
Gentoo Alpha Developer

Jason Huebel
Gentoo AMD64 Developer

Guy Martin
Gentoo HPPA developer

Pieter Van den Abeele
Gentoo PPC developer

Joe Kallar
Gentoo SPARC developer

John P. Davis
Editor

Pierre-Henri Jondot
Editor

Eric Stockbridge
Editor

Rajiv Manglani
Editor

Jungmin Seo
Editor

Stoyan Zhekov
Editor

Jared Hudson
Editor

Colin Morey
Editor

Jorge Paulo
Editor

Carl Anderson
Editor

Jon Portnoy
Editor

Zack Gilburd
Editor

Jack Morgan
Editor

Benny Chuang
Editor

Erwin
Editor

Joshua Kinard
Editor

Tobias Scherbaum
Editor

Xavier Neys
Editor

Grant Goodyear
Reviewer

Gerald J. Normandin Jr.
Reviewer

Donnie Berkholz
Reviewer

Ken Nowack
Reviewer

Lars Weiler
Contributor

Dimitry Bradt
Translator

Donate to support our development efforts.

Copyright 2001-2014 Gentoo Foundation, Inc. Questions, Comments? Contact us.