|
1.
Een keuze maken
Introductie
Nu je kernel is gecompileerd en geconfigureerd en de nodige systeem configuratie
bestanden zijn gemaakt, is het tijd om een programma te installeren dat de
kernel opstart wanneer je je computer aan zet. Zo'n programma heet een
bootloader.
Er zijn een aantal bootloaders beschikbaar voor Linux/Alpha. Je moet een van
de ondersteunde bootloaders kiezen, niet allemaal. Je hebt de keuze uit
aBoot en MILO.
1.
Standaard: aBoot gebruiken
We installeren eerst aBoot op ons systeem. Uiteraard gebruiken we daar
emerge voor:
Codevoorbeeld 1.1: aBoot installeren |
# emerge --usepkg aboot
|
De volgende stap is het bootable maken van onze bootdisk. Dit zorgt ervoor dat
aboot wordt gestart zodra je je systeem aan zet. We maken onze bootdisk
bootable door de aboot bootloader naar het begin van de schijf te
schrijven.
Codevoorbeeld 1.1: Je bootdisk bootable maken |
# swriteboot -f3 /dev/sda /boot/bootlx
# abootconf /dev/sda 2
|
Nota:
Als je een andere partitie indeling gebruikt dan wij tot nu toe hebben gebruikt
in dit hoofdstuk, dan dien je de commando's aan te passen aan je eigen
situatie. Lees alsjeblieft de bijbehorende handleidingen (man 8
swriteboot en man 8 abootconf).
|
Bovendien kun je Gentoo gemakkelijker laten opstarten door een aboot
configuratie bestand aan te maken en de SRM boot_osflags variabele te zetten.
Je moet er zeker van zijn dat bootdef_dev goed is ingesteld (dit is makkelijker
te doen in de console van in Linux).
Codevoorbeeld 1.1: Gentoo opstarten verbeteren |
# echo '0:2/boot/vmlinux.gz root=/dev/sda2' > /etc/aboot.conf
# echo -n 0 > /proc/srm_environment/named_variables/boot_osflags
# echo -n '' > /proc/srm_environment/named_variables/boot_file
|
Als je vanaf een seriele console installeert, vergeet dan niet de seriele
console boot vlag in aboot.conf. Zie
/etc/aboot.conf.example voor meer informatie.
aBoot is nu geconfigureerd en klaar voor gebruikt. Ga verder met (De benodigde systeem programmas installeren).
1.
Alternatief: MILO gebruiken
Voordat we verder gaan moet je eerst beslissen hoe je MILO wilt gebruiken. In
dit gedeelte gaan we ervan uit dat je een MILO boot floppy wilt maken. Als je
gaat booten vanaf een MS-DOS partitie op je harde schijf, dan dien je de
commandos waar nodig aan te passen.
Om MILO te installaren gebruiken we emerge.
Codevoorbeeld 1.1: MILO installeren |
# emerge --usepkg milo
|
Nadat MILO is geinstalleerd staan de MILO images in /opt/milo. De
commandos hieronder maken een bootfloppy voor gebruik met MILO. Let er op dat
je het juiste image gebruikt voor jouw Alpha-systeem.
Codevoorbeeld 1.1: MILO op een floppy installeren |
# fdformat /dev/fd0
# mformat a:
# mcopy /opt/milo/milo-2.2-18-gentoo-ruffian a:\milo
# mcopy /opt/milo/linload.exe a:\linload.exe
# mcopy /opt/milo/ldmilo.exe a:\ldmilo.exe
# echo -ne '\125\252' | dd of=/dev/fd0 bs=1 seek=510 count=2
|
Je MILO boot floppy is nu klaar om Gentoo Linux te starten. Je moet eventueel
nog een aantal omgevings variabelen in je ARCS Firmware zetten om MILO aan de
praat te krijgen; dit staat allemaal beschreven in de MILO-HOWTO met een aantal
voorbeelden voor veel gebruikte systemen en voorbeelden van commandos die je
kunt gebruiken in de interactieve mode.
De MILO-HOWTO niet lezen
is een slecht idee.
Nu kun je verder gaan met (De benodigde systeem programmas installeren).
|