|
1.
Bestandssysteem informatie
Wat is fstab?
Onder linux dienen alle partities die in gebruik zijn door het systeem in
/etc/fstab aanwezig te zijn. Dit bestand bevat alle mountpoints van
de betreffende partities (waar ze tevoorschijn komen in de bestandsstructuur),
hoe ze gemount moeten worden en met welke speciale opties (automatisch of niet,
of gebruikers ze kunnen mounten of niet, etc.).
/etc/fstab aanmaken
/etc/fstab maakt gebruik van een speciale syntax. Elke regel
bestaat uit zes velden, gescheiden door whitespaces (spaties, tabs of een mix
daarvan). Elk veld heeft zijn eigen betekenis:
-
Het eerste veld geeft de partitie aan (het pad naar het apparaat
bestand)
-
Het tweede veld geeft het mountpoint weer, waar de partitie gemount
moet worden.
-
Het derde veld geeft aan welk bestandssysteem de partitie gebruikt
-
Het vierde veld geeft aan welke mount opties gebruikt moeten worden
door mount wanneer het de betreffende partitie wil mounten. Omdat elk
bestandssysteem zijn eigen opties heeft moedigen we u aan de manpage van
mount te lezen (man mount) voor complete lijst van opties. Meerdere
opties worden door comma's van elkaar gescheiden.
-
Het vijfde veld wordt gebruikt door dump om vast te stellen welke
partitie gedumped moet worden. U kunt deze over het algemeen op 0
(nul) laten staan.
-
Het zesde veld wordt gebruikt door fsck om vast te stellen in welke
volgorde de bestandssystemen moeten worden gecontroleerd in het geval dat het
systeem niet goed afgesloten is. Het root bestandssysteem moet 1
hebben, de rest moet 2 hebben (of 0 als een controle niet nodig
is).
De door Gentoo standaard meegeleverde /etc/fstab is geen goed
fstab bestand, dus start u nano (of uw favoriete editer) om uw eigen
/etc/fstab aan te maken:
Codevoorbeeld 1.1: /etc/fstab openen |
# nano -w /etc/fstab
|
Laten we eens kijken naar de opties voor de /boot partitie. Dit is
slechts een voorbeeld, dus als uw architectuur geen /boot partitie
nodig heeft (bijvoorbeeld bij Apple PPC apparaten), kopieer dit dan niet
een op een.
In onze standaard x86 partitie indeling is /boot de partitie
/dev/hda1, met ext2 als bestandssysteem.
Deze moet worden gecontroleerd tijdens het opstarten, dus we schrijven op:
Codevoorbeeld 1.1: Een voorbeeld /boot regel voor /etc/fstab |
/dev/hda1 /boot ext2 defaults 1 2
|
Sommige gebruiken willen niet dat hun /boot partitie automatisch
gemount wordt, omdat dit de veiligheid van het systeem vergroot. Deze mensen
kunnen defaults vervangen met noauto. Dit betekent dat u
eerst handmatig moet mounten voordat u de partitie kunt gebruiken.
Nu, om de prestaties te verbeteren, zullen de meeste gebruikers noatime
als optie willen toevoegen. Dit resulteert in een sneller systeem omdat de
toegangstijden niet geregistreerd worden (dit heeft u over het algemeen niet
nodig):
Codevoorbeeld 1.1: Een verbeterde /boot regel voor /etc/fstab |
/dev/hda1 /boot ext2 defaults,noatime 1 2
|
Als we zo verder gaan eindigen we met de volgende drie regels (voor
/boot, / en de swap partitie):
Codevoorbeeld 1.1: Drie /etc/fstab regels |
/dev/hda1 /boot ext2 defaults,noatime 1 2
/dev/hda2 none swap sw 0 0
/dev/hda3 / ext3 noatime 0 1
|
Om het af te maken, behoort u een regel te hebben voor /proc,
tmpfs (vereist) en voor uw CD-ROM speler (en natuurlijk, voor eventuele
andere partities en schijven):
Codevoorbeeld 1.1: Een compleet /etc/fstab voorbeeld |
/dev/hda1 /boot ext2 defaults,noatime 1 2
/dev/hda2 none swap sw 0 0
/dev/hda3 / ext3 noatime 0 1
none /proc proc defaults 0 0
none /dev/shm tmpfs nodev,nosuid,noexec 0 0
/dev/cdroms/cdrom0 /mnt/cdrom auto noauto,user 0 0
|
auto zorgt ervoor dat mount probeert het bestandssysteem te raden
(aangeraden voor verwisselbare media, omdat deze gemaakt kunnen worden met een
van de vele bestandssystemen) en user maakt het mogelijk voor niet-root
gebruikers om de CD te mounten.
U kunt het bovenstaande voorbeeld gebruiken om uw eigen /etc/fstab
in te vullen. Als u SPARC gebruiker bent, dan dient u de volgende
regel aan uw /etc/fstab toe te voegen:
Codevoorbeeld 1.1: Het openprom bestandssysteem toevoegen aan /etc/fstab |
none /proc/openprom openpromfs defaults 0 0
|
Controleer uw /etc/fstab nog eens goed, sla hem daarna op en sluit
de editor af.
1.
Netwerk Informatie
Hostname, Domainname etc.
Een van die moeilijke keuzes die de gebruiker moet maken is het kiezen van een
naam voor zijn/haar PC. Dit lijkt makkelijk, maar er zijn veel gebruikers
die er moeite mee hebben om een geschikte naam voor hun Linux-pc te verzinnen.
Om de beslissing wat makkelijker te maken, u kunt de naam achteraf altijd nog
aanpassen. Wat ons betreft noemt u het systeem tux en uw domain
homenetwork.
Wij gebruiken deze namen in de komende voorbeelden. Allereerst zetten we onze
hostname:
Codevoorbeeld 1.1: De hostname instellen |
# nano -w /etc/conf.d/hostname
HOSTNAME="tux"
|
Daarna stelt u de domeinnaam in:
Codevoorbeeld 1.1: De domeinnaam instellen |
# nano -w /etc/conf.d/domainname
DNSDOMAIN="homenetwork"
|
Als u een NIS domein heeft (als u niet weet wat dit is, dan heeft het ook
niet waarschijnlijk) dient u het volgende ook te doen:
Codevoorbeeld 1.1: De NIS domeinnaam instellen |
# nano -w /etc/conf.d/domainname
NISDOMAIN="my-nisdomain"
|
Uw Netwerk Configureren
Voordat u een "Hé dit heb ik al gedaan"-gevoel krijgt, moet u beseffen dat u uw
netwerk al aan de praat hebt gekregen voor de installatie. Dit was echter
alleen voor de installatieprocedure. Nu gaan we uw netwerk configureren voor
het permanente gebruik in uw Gentoo systeem.
Nota:
Meer gedetailleerde informatie over netwerken, inclusief de geavanceerde
onderwerpen zoals bonding, bridging, 802.11q VLANs en draadloze netwerken
worden behandeld het hoofdstuk (Gentoo netwerk
configuratie).
|
Alle netwerk informatie is verzameld in /etc/conf.d/net. Dit
bestand gebruikt een simpele syntax, het is echter wel even wennen als dit de
eerste keer is. Maar wees niet bang, wij leggen alles uit. En een bestand met
commentaar bij de voorbeelden kunt u vinden in
/etc/conf.d/net.example.
DHCP wordt standaard gebruikt en heeft geen verdere aanpassingen nodig.
Wanneer u uw netwerk wilt instellen omdat u specifieke DHCP opties wilt
gebruiken of omdat u helemaal geen DHCP gebruikt, dan dient u
/etc/conf.d/net te openen met u favoriete
editor (nano wordt in dit voorbeeld gebruikt).
Codevoorbeeld 1.1: /etc/conf.d/net openen om aan te passen |
# nano -w /etc/conf.d/net
|
U ziet nu het volgende bestand:
Codevoorbeeld 1.1: Standaard /etc/conf.d/net |
# This blank configuration will automatically use DHCP for any net.*
# scripts in /etc/init.d. To create a more complete configuration,
# please review /etc/conf.d/net.example and save your configuration
# in /etc/conf.d/net (this file :]!).
|
Indien u zelf een IP adres, netmask en gateway wilt opgeven, dient u
config_eth0 en routes_eth0 in te stellen:
Codevoorbeeld 1.1: Handmatig de IP informatie voor eth0 instellen |
config_eth0=( "192.168.0.2 netmask 255.255.255.0 brd 192.168.0.255" )
routes_eth0=( "default gw 192.168.0.1" )
|
Om DHCP te gebruiken met bepaalde opties, definieert u config_eth0
en dhcp_eth0:
Codevoorbeeld 1.1: Automatisch verkrijgen van een IP adres voor eth0 |
config_eth0=( "dhcp" )
dhcp_eth0="nodns nontp nonis"
|
Lees /etc/conf.d/net.example voor een lijst met mogelijke
opties.
Indien u meerdere netwerkinterfaces heeft, herhaal dan de bovenstaande stappen
voor config_eth1, config_eth2, etc.
Sla nu uw configuratie op, en verlaat de editor, u kunt nu verder gaan.
Het netwerk automatisch starten tijdens het opstarten
Om uw netwerkkaarten automatisch te activeren tijdens het opstarten dient deze
toe te voegen aan het standaard runlevel. Als u PCMCIA kaarten gebruikt dient u
deze sectie over te slaan, omdat deze kaarten al door het PCMCIA init script
worden gestart.
Codevoorbeeld 1.1: net.eth0 toevoegen aan het standaard runlevel |
# rc-update add net.eth0 default
|
Als u meerdere netwerkkaarten hebt, dient u gepaste net.eth1,
net.eth2 etc. aan te maken. U kunt ln hiervoor gebruiken:
Codevoorbeeld 1.1: Extra initscripts aanmaken |
# cd /etc/init.d
# ln -s net.eth0 net.eth1
# rc-update add net.eth1 default
|
Extra netwerk informatie invoeren
U dient Linux in te lichten over uw netwerk. Dit wordt gedaan in
/etc/hosts en helpt met een vertalen van hostnames naar IP
adressen. U moet hier uw eigen systeem definiëren. U kunt ook nog andere
systemen die op het netwerk zitten definiëren, indien u geen intern DNS
systeem wilt opzetten.
Codevoorbeeld 1.1: /etc/hosts openen |
# nano -w /etc/hosts
|
Codevoorbeeld 1.1: De netwerk informatie invoeren |
127.0.0.1 tux.homenetwork tux localhost
192.168.0.5 jenny.homenetwork jenny
192.168.0.6 benny.homenetwork benny
|
Sla uw wijzigingen op, u kunt nu de editor verlaten en verder gaan.
Wanneer u geen PCMCIA gebruikt, kunt u verder gaan met Systeem Informatie. PCMCIA-gebruikers dienen het volgende
te lezen aangaande PCMCIA.
Optioneel: PCMCIA aan de praat krijgen
Nota:
pcmcia-cs is alleen beschikbaar voor x86, amd64 en ppc platformen.
|
PCMCIA-gebruikers dienen eerst het pcmcia-cs pakket te installeren. Dit
doen ook gebruikers die met een 2.6 kernel werken (zelfs wanneer ze geen
PCMCIA drivers van dit pakket zullen gebruiken). Het USE="-X" is nodig
om te voorkomen dat xorg-x11 op dit moment al gaat installeren:
Codevoorbeeld 1.1: pcmcia-cs installeren |
# USE="-X" emerge pcmcia-cs
|
Wanneer pcmcia-cs is geïnstalleerd, voeg pcmcia dan toe aan het
default runlevel.
Codevoorbeeld 1.1: pcmcia toevoegen aan het default runlevel |
# rc-update add pcmcia default
|
1.
Systeem informatie
Root wachtwoord (Beheerder)
Eerst stellen we het root wachtwoord in door te typen:
Codevoorbeeld 1.1: Het root wachtwoord instellen |
# passwd
|
Indien u de root de mogelijkheid wilt geven om in te loggen via de seriële
console, voeg dan tts/0 toe aan /etc/securetty:
Codevoorbeeld 1.1: tts/0 aan /etc/securetty toevoegen |
# echo "tts/0" >> /etc/securetty
|
Systeem Informatie
Gentoo maakt gebruik van /etc/rc.conf voor algemene instellingen.
Open /etc/rc.conf en vermaak u met het commentaar in het
betreffende bestand :)
Codevoorbeeld 1.1: /etc/rc.conf openen |
# nano -w /etc/rc.conf
|
Wanneer u klaar bent met het wijzigen van de instellingen in
/etc/rc.conf, sla het bestand dan op en sluit het af.
Zoals u ziet is dit bestand van veel commentaar voorzien dat u helpt met het
instellen van de configuratie variabelen. U kunt hier uw systeem instellen om
unicode te gebruiken, uw standaard editor bepalen en een display manager kiezen
(bijvoorbeeld gdm of kdm).
Gentoo gebruikt /etc/conf.d/keymaps om de toetsenbord indeling
vast te leggen. Wijzig dit bestand om uw toetsenbord juist in te stellen.
Codevoorbeeld 1.1: /etc/conf.d/keymaps openen |
# nano -w /etc/conf.d/keymaps
|
Let goed op bij het in stellen van de KEYMAP variabele. Als u de
verkeerde KEYMAP selecteert, krijgt u vreemde resultaten wanneer u
iets typt.
Nota:
Gebruikers van USB-SPARC systemen en SPARC clonen
dienen wellicht een i386 keymap selecteren (zoals "us") in plaats van
"sunkeymap". PPC gebruikt x86 keymaps voor de meeste systemen.
Gebruikers die een ADB keymap willen opstarten moeten ADB keycode sendings
in de kernel compileren en de keymap in /etc/conf.d/keymaps
instellen op mac/ppc.
|
Wanneer de keymap juist is ingesteld kunt u /etc/conf.d/keymaps
opslaan en afsluiten.
Gentoo gebruikt /etc/conf.d/clock om de opties voor de klok op
te slaan. Pas dit bestand desgewenst aan.
Codevoorbeeld 1.1: /etc/conf.d/clock openen |
# nano -w /etc/conf.d/clock
|
Als uw hardware klok geen UTC gebruikt, dient u CLOCK="local" toe te
voegen in het bestand. Anders zal de klok gaan driften. Ook gaat Windows er
vanuit dat de hardware klok locale tijd gebruikt, dus bij een dualboot systeem
moet u deze variabele ook instellen.
We zijn nu klaar met het configureren van /etc/conf.d/clock,
sla deze op en verlaat de editor.
Als u Gentoo niet op een IBM PPC64 systeem aan het installeren bent,
kunt u verder gaan met (De installatie van
enkele belangrijke systeem onderdelen).
De console configureren
Nota:
De volgende sectie is van toepassing op de IBM PPC64 hardware platformen.
|
Wanneer u Gentoo draait op IBM PPC64 hardware en u gebruikt een virtuele
console, dan moet u de juiste regel in /etc/inittab toevoegen
zodat een er login prompt opent op de virtuele console.
Codevoorbeeld 1.1: Hvc of hvsi ondersteuning aan zetten in /etc/inittab |
hvc0:12345:respawn:/sbin/agetty -L 9600 hvc0
hvsi:12345:respawn:/sbin/agetty -L 19200 hvsi0
|
U moet nu verifiëren of de juiste console in de lijst staat in
/etc/securetty/
U kunt nu verder gaan met (De installatie van
enkele belangrijke systeem onderdelen).
|