|
1.
Automatische Netwerk Detectie
Misschien werkt het gewoon?
Als jouw systeem is verbonden in een Ethernet netwerk met DHCP server, is het
erg waarschijnlijk dat jouw netwerk configuratie al automatisch voor jouw is
ingesteld. Als dit zo is, zou je jouw voordeel kunnen doen met de vele
inbegrepen netwerk-bewuste commando's op de Installatie CD zoals onder andere
ssh, scp, ping, irssi, wget en links.
Als de netwerkvoorziening al voor jouw is geconfigureerd, zou het
/sbin/ifconfig commando naast lo een aantal netwerk interfaces moeten
vermelden, zoals eth0:
Codevoorbeeld 1.1: /sbin/ifconfig voor een werkende netwerk configuratie |
# /sbin/ifconfig
eth0 Link encap:Ethernet HWaddr 00:50:BA:8F:61:7A
inet addr:192.168.0.2 Bcast:192.168.0.255 Mask:255.255.255.0
inet6 addr: fe80::50:ba8f:617a/10 Scope:Link
UP BROADCAST RUNNING MULTICAST MTU:1500 Metric:1
RX packets:1498792 errors:0 dropped:0 overruns:0 frame:0
TX packets:1284980 errors:0 dropped:0 overruns:0 carrier:0
collisions:1984 txqueuelen:100
RX bytes:485691215 (463.1 Mb) TX bytes:123951388 (118.2 Mb)
Interrupt:11 Base address:0xe800
|
Optioneel: Configureer iedere Proxy
Als je toegang hebt tot het Internet via een proxy, moet je wellicht proxy
informatie instellen tijdens de installatie. Het is erg makkelijk om een proxy
te definiëren: je hoeft slechts een variabele definiëren die de proxy server
informatie bevat.
In de meeste gevallen kun je de variabelen definiëren door de server hostname
te gebruiken. Als voorbeeld nemen we aan dat de proxy de naam
proxy.gentoo.org heeft en de poort 8080 is.
Codevoorbeeld 1.1: Proxy servers definiëren |
# export http_proxy="http://proxy.gentoo.org:8080"
# export ftp_proxy="ftp://proxy.gentoo.org:8080"
# export RSYNC_PROXY="proxy.gentoo.org:8080"
|
Als jouw proxy een gebruikersnaam en wachtwoord vereist, moet je de volgende
syntax voor de variabele gebruiken:
Codevoorbeeld 1.1: Gebruikersnaam/wachtwoord toevoegen aan de proxy variabele |
http://gebruikersnaam:wachtwoord@proxy.gentoo.org:8080
|
Testen van het Netwerk
Wellicht wil je proberen om jouw ISP's DNS server (te vinden in
/etc/resolv.conf) en een zelf gekozen website te pingen, om zeker
te zijn dat jouw pakketjes het net bereiken, de DNS naam resolutie correct
werkt, etc.
Codevoorbeeld 1.1: Verder testen van het netwerk |
# ping -c 3 www.gentoo.org
|
Als je nu jouw netwerk kunt gebruiken, kun je de rest van deze sectie overslaan
en verder gaan met (Voorbereiden van de schijven
(Engels)). Zoniet, lees verder.
1.
Automatische Netwerk Configuratie
Als het netwerk niet meteen werkt, kun je op sommige installatie media
net-setup (voor reguliere of draadloze netwerken) gebruiken,
pppoe-setup (voor ADSL-gebruikers) of pptp (voor PPTP-gebruikers
- beschikbaar op x86, amd64, alpha, ppc en ppc64).
Als jouw installatie medium niet een van deze programma's heeft of jouw netwerk
functioneert nog niet, ga verder met Handmatige Netwerk
Configuratie.
Standaard: Gebruiken van net-setup
De simpelste manier om de netwerkvoorziening in te stellen als het niet
automatisch werd geconfigureerd is het uitvoeren van het net-setup
script:
Codevoorbeeld 1.1: Uitvoeren van het net-setup script |
# net-setup eth0
|
net-setup zal je enige vragen stellen over jouw netwerk omgeving.
Wanneer dit klaar is, zou je een werkende netwerk verbinding moeten hebben.
Test jouw netwerk verbinding zoals eerder werd vermeld. Als de tests positief
zijn, gefeliciteerd! Je bent nu klaar om Gentoo te installeren. Sla de rest van
deze sectie over en ga verder met (Voorbereiden
van de schijven (Engels)).
Als jouw netwerk nog steeds niet werkt, ga verder met
Handmatige Netwerk Configuratie.
Alternatief: Gebruiken van PPP
Ervan uitgaande dat je PPPoE nodig hebt om verbinding te maken met het
internet, heeft de Installatie CD (elke versie) het je makkelijk gemaakt door
ppp bij te sluiten. Gebruik het gegeven pppoe-setup script om
jouw verbinding te configureren. Je zult gevraagd worden naar het ethernet
apparaat dat is verbonden met jouw adsl modem, jouw gebruikersnaam en
wachtwoord, de IP's van jouw DNS servers en of je een basis firewall nodig hebt
of niet.
Codevoorbeeld 1.1: Gebruik van ppp |
# pppoe-setup
# pppoe-start
|
Als er iets verkeerd gaat, kijk dan na of je jouw gebruikersnaam en wachtwoord
correct hebt ingevoerd door te kijken naar /etc/ppp/pap-secrets of
/etc/ppp/chap-secrets en verzeker jezelf dat je het juiste
ethernet apparaat gebruikt. Als jouw ethernet apparaat niet bestaat, zul je de
geschikte netwerk module moeten laden. In dat geval zou je verder moeten gaan
met Handmatige Netwerk Configuratie omdat we daar
uitleggen hoe je de geschikte netwerk modules moet laden.
Als alles werkt, ga verder met (Voorbereiden van
de schijven (Engels))
Alternatief: Gebruiken van PPTP
Als je PPTP ondersteuning nodig hebt, kun je pptpclient gebruiken die is
meegegeven op onze Installatie CD's. Je moet echter eerst zeker weten dat jouw
configuratie correct is. Bewerk /etc/ppp/pap-secrets of
/etc/ppp/chap-secrets zodat het de juiste
gebruikersnaam/wachtwoord combinatie bevat:
Codevoorbeeld 1.1: Bewerken van /etc/ppp/chap-secrets |
# nano -w /etc/ppp/chap-secrets
|
Pas daarna /etc/ppp/options.pptp aan wanneer nodig:
Codevoorbeeld 1.1: Bewerken van /etc/ppp/options.pptp |
# nano -w /etc/ppp/options.pptp
|
Wanneer dit alles is gedaan, voer pptp uit (samen met de opties die je
niet kon instellen in options.pptp) om met de server te verbinden:
Codevoorbeeld 1.1: Verbinding maken met een inbel server |
# pptp <server ip>
|
Ga nu verder met (Voorbereiden van de schijven
(Engels)).
1.
Handmatige Netwerk Configuratie
Laden van de Geschikte Netwerk Modules
Als de Installatie CD opstart, probeert deze al jouw hardware apparaten te
detecteren en de geschikte kernel modules (drivers) om jouw hardware te
ondersteunen te laden. In de grote meerderheid van de gevallen, gaat dit erg
goed. Echter, in een aantal gevallen, kan het zijn dat de kernel modules die je
nodig hebt niet automatisch worden geladen.
Als net-setup of pppoe-setup mislukten, dan is het mogelijk dat
je netwerkkaart niet meteen werd gevonden. Dit betekent dat je wellicht de
geschikte kernel modules handmatig moet laden.
Om uit te vinden welke kernel modules we aanbieden voor netwerkvoorziening,
gebruik ls:
Codevoorbeeld 1.1: Zoeken naar gegeven modules |
# ls /lib/modules/`uname -r`/kernel/drivers/net
|
Als je een driver voor jouw netwerkkaart vindt, gebruik modprobe om de
kernel module te laden:
Codevoorbeeld 1.1: Gebruiken van modprobe om een kernel module te laden |
# modprobe pcnet32
|
Om na te gaan of jouw netwerkkaart nu gedetecteerd is, gebruik ifconfig.
Een gedetecteerde netwerkkaart zou moeten resulteren in iets als het volgende:
Codevoorbeeld 1.1: Testen van de beschikbaarheid van jouw netwerkkaart, succesvol |
# ifconfig eth0
eth0 Link encap:Ethernet HWaddr FE:FD:00:00:00:00
BROADCAST NOARP MULTICAST MTU:1500 Metric:1
RX packets:0 errors:0 dropped:0 overruns:0 frame:0
TX packets:0 errors:0 dropped:0 overruns:0 carrier:0
collisions:0 txqueuelen:0
RX bytes:0 (0.0 b) TX bytes:0 (0.0 b)
|
Als je echter de volgende foutmelding krijgt, is de netwerkkaart niet
gedetecteerd:
Codevoorbeeld 1.1: Testen van de beschikbaarheid van jouw netwerkkaart, mislukt |
# ifconfig eth0
eth0: error fetching interface information: Device not found
|
Als je meerdere netwerkkaarten in jouw systeem hebt, hebben ze de volgende
namen eth0, eth1, etc. Verzeker jezelf dat de netwerkkaart die je
wil gebruiken goed werkt en onthoud om de correcte benaming in dit document te
gebruiken. We gaan ervan uit dat de netwerkkaart eth0 wordt gebruikt.
Ervan uitgaande dat je nu een gedetecteerde netwerkkaart hebt, kun je opnieuw
net-setup of pppoe-setup proberen (wat nu zou moeten werken),
maar voor de harde kern onder jullie leggen we uit hoe je jouw netwerk
handmatig configureert.
Selecteer een van de volgende secties gebaseerd op jouw netwerk situatie:
Gebruiken van DHCP
DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) maakt het mogelijk om automatisch
netwerkvoorzienings-informatie te ontvangen (IP adres, netmask, broadcast
adres, gateway, nameservers etc.). Dit werkt alleen als je een DHCP server in
jouw netwerk hebt (of als jouw provider een DHCP service aanbiedt). Om ervoor
te zorgen dat jouw netwerk interface deze informatie automatisch ontvangt,
gebruik dhcpcd:
Codevoorbeeld 1.1: Gebruiken van dhcpcd |
# dhcpcd eth0
# dhcpcd -HD eth0
|
Als dit werkt (probeer een internet server te pingen, bijvoorbeeld Google), dan is alles ingesteld en ben je
klaar om verder te gaan. Sla de rest van deze sectie over en ga verder met (Voorbereiden van de schijven (Engels)).
Voorbereiden van Draadloze Toegang
Nota:
Ondersteuning voor het iwconfig commando is alleen beschikbaar op x86,
amd64 en ppc Installatie CD's. Je kunt de uitbreidingen nog steeds op een
andere manier werkend krijgen door de instructie van het linux-wlan-ng
project te volgen.
|
Als je een draadloze (802.11) kaart gebruikt, moet je wellicht jouw draadloze
instellingen configureren voordat je verder gaat. Om de huidige draadloze
instellingen voor jouw kaart te zien, kun je iwconfig gebruiken. Het
uitvoeren van iwconfig laat wellicht het volgende zien:
Codevoorbeeld 1.1: Tonen van de huidige draadloze instellingen |
# iwconfig eth0
eth0 IEEE 802.11-DS ESSID:"GentooNode"
Mode:Managed Frequency:2.442GHz Access Point: 00:09:5B:11:CC:F2
Bit Rate:11Mb/s Tx-Power=20 dBm Sensitivity=0/65535
Retry limit:16 RTS thr:off Fragment thr:off
Power Management:off
Link Quality:25/10 Signal level:-51 dBm Noise level:-102 dBm
Rx invalid nwid:5901 Rx invalid crypt:0 Rx invalid frag:0 Tx
excessive retries:237 Invalid misc:350282 Missed beacon:84
|
Nota:
Sommige draadloze kaarten kunnen een apparaat naam als wlan0 of
ra0 hebben in plaats van eth0. Voer iwconfig uit zonder
enige parameters om de correcte apparaatnaam te achterhalen.
|
Voor de meeste gebruikers zijn er slechts twee instellingen die wellicht van
belang zijn om te veranderen, de ESSID (beter bekend als draadloze netwerk
naam) of de WEP sleutel. Als de vermeldde ESSID en het Access Point adres al
hetzelfde zijn als jouw access point en je gebruikt geen WEP, dan werkt je
draadloze verbinding. Als je jouw ESSID moet veranderen, of een WEP sleutel
moet toevoegen, kun je de volgende commando's uitvoeren:
Codevoorbeeld 1.1: Veranderen van ESSID en/of toevoegen van WEP sleutel |
# iwconfig eth0 essid GentooNode
# iwconfig eth0 key 1234123412341234abcd
# iwconfig eth0 key s:een-wachtwoord
|
Je kunt jouw draadloze instellingen opnieuw bevestigen door iwconfig te
gebruiken. Als je draadloze verbinding werkt, kun je verder gaan met het
configureren van de IP niveau netwerkvoorzienings-opties zoals beschreven in de
volgende sectie (Begrijpen van Netwerk
Terminologie) of door het net-setup programma te gebruiken zoals
eerder beschreven.
Begrijpen van Netwerk Terminologie
Nota:
Als je jouw IP adres, broadcast adres, netmask en nameservers weet, dan kun je
deze subsectie overslaan en verder gaan met Gebruiken van ifconfig en route.
|
Als al het bovenstaande mislukt, zul je jouw netwerk handmatig moeten
instellen. Dit is helemaal niet moeilijk. Je moet echter bekend zijn met enige
netwerk terminologie, aangezien je dat nodig hebt om het netwerk naar eigen
tevredenheid in te stellen. Na dit te hebben gelezen, weet je wat een
gateway is, waar een netmask voor dient, hoe een broadcast
adres is geformuleerd en waarom je nameservers nodig hebt.
In een netwerk zijn hosts geïdentificeerd door hun IP adres (Internet
Protocol adres). Zo'n adres is een combinatie van vier nummers tussen 0 en 255.
Goed, zo wordt het tenminste door ons beschouwd. In het echt bestaat zo'n IP
adres uit 32 bits (enen en nullen). Laten we een voorbeeld bekijken:
Codevoorbeeld 1.1: Voorbeeld van een IP adres |
IP Adres (nummers): 192.168.0.2
IP Adres (bits): 11000000 10101000 00000000 00000010
-------- -------- -------- --------
192 168 0 2
|
Zo'n IP adres is uniek voor een host zover het alle toegankelijke netwerken
betreft (d.w.z. elke host die je kunt bereiken moet een uniek IP adres hebben).
Om onderscheid te maken tussen hosts binnen en buiten een netwerk, is het IP
adres verdeeld in twee delen: het netwerk deel en het host deel.
De verdeling is opgeschreven met een netmask, een verzameling van enen
gevolgd door een verzameling nullen. Het deel van het IP dat kan worden
ingedeeld door de enen is het netwerk-deel, het andere is het host-deel. Zoals
gebruikelijk, kan de netmask worden opgeschreven als een IP adres.
Codevoorbeeld 1.1: Voorbeeld van netwerk/host verdeling |
IP adres: 192 168 0 2
11000000 10101000 00000000 00000010
Netmask: 11111111 11111111 11111111 00000000
255 255 255 0
+--------------------------+--------+
Netwerk Host
|
Met andere woorden, 192.168.0.14 is nog steeds deel van ons voorbeeld netwerk,
maar 192.168.1.2 niet.
Het broadcast adres is een IP adres met hetzelfde netwerk-deel als jouw
netwerk, maar met alleen nullen als host-deel. Elke host in jouw netwerk
luistert naar dit IP adres. Het wordt echt gebruikt om pakketjes te verzenden.
Codevoorbeeld 1.1: Broadcast adres |
IP adres: 192 168 0 2
11000000 10101000 00000000 00000010
Broadcast: 11000000 10101000 00000000 11111111
192 168 0 255
+--------------------------+--------+
Netwerk Host
|
Om op het internet te surfen, moet je weten welke host de Internet verbinding
deelt. Deze host wordt de gateway genoemd. Omdat het een normale host
is, heeft deze een normaal IP adres (bijvoorbeeld 192.168.0.1).
We stelden eerder dat elke host zijn eigen IP adres heeft. Om deze host te
bereiken met een naam (in plaats van een IP adres) heb je een service nodig die
een naam (zoals dev.gentoo.org) vertaalt naar een IP adres (zoals
64.5.62.82). Zo'n service wordt een name service genoemd. Om zo'n
service te gebruiken, moet je de nodige name servers in
/etc/resolv.conf definiëren.
In sommige gevallen dient jouw gateway ook als nameserver. Anders moet je de
door jouw ISP gegeven nameservers invoeren.
Samenvattend heb je de volgende informatie nodig voordat je verder gaat:
| Netwerk Onderdeel |
Voorbeeld |
| Jouw IP adres |
192.168.0.2 |
| Netmask |
255.255.255.0 |
| Broadcast |
192.168.0.255 |
| Gateway |
192.168.0.1 |
| Nameserver(s) |
195.130.130.5, 195.130.130.133 |
Gebruiken van ifconfig en route
Het opstellen van je netwerk bestaat uit drie stappen. Eerst geven we onszelf
een IP adres door ifconfig te gebruiken. Vervolgens stellen we de weg
naar de gateway in door route te gebruiken. Daarna maken we het af door
de nameserver IP's in /etc/resolv.conf te plaatsen.
Om een IP adres te geven, heb je jouw IP adres nodig, broadcast adres en
netmask. Voer vervolgens het volgende commando uit, waarbij je
${IP_ADDR} vervangt met jouw IP adres, ${BROADCAST} met jouw
broadcast adres en ${NETMASK} met jouw netmask:
Codevoorbeeld 1.1: Gebruiken van ifconfig |
# ifconfig eth0 ${IP_ADDR} broadcast ${BROADCAST} netmask ${NETMASK} up
|
Stel nu de weg naar de gateway in door route te gebruiken. Vervang
${GATEWAY} met jouw gateway IP adres.
Codevoorbeeld 1.1: Gebruiken van route |
# route add default gw ${GATEWAY}
|
Open nu /etc/resolv.conf met jouw favoriete tekstbewerker (we
gebruiken nano in ons voorbeeld):
Codevoorbeeld 1.1: Maken van /etc/resolv.conf |
# nano -w /etc/resolv.conf
|
Vul nu jouw nameserver(s) in door het volgende als sjabloon te gebruiken.
Verzeker jezelf dat je ${NAMESERVER1} en ${NAMESERVER2} vervangt
door de geschikte nameserver adressen:
Codevoorbeeld 1.1: /etc/resolv.conf sjabloon |
nameserver ${NAMESERVER1}
nameserver ${NAMESERVER2}
|
Dat is alles. Test nu je netwerk door een Internet server te pingen
(bijvoorbeeld Google). Als dit werkt,
gefeliciteerd. Je bent nu klaar om Gentoo te installeren. Ga verder met (Voorbereiden van de Harde Schijven (Engels)).
|