Gentoo Logo

1.  Een stage tarball installeren

De datum/tijd goed zetten

Voordat u verder gaat moet u de datum/tijd controleren en goed zetten. Een verkeerd ingestelde klok kan leiden tot vreemde resultaten in de toekomst!

Om de datum/tijd te controleren, type date:

Codevoorbeeld 1.1: De datum/tijd controleren

# date
Fri Mar 29 16:21:18 UTC 2005

Als de weergegeven datum/tijd verkeerd is, update hem door middel van date MMDDuummJJJJ syntax (Maand, Dag, uur, minuten en Jaar). De tijdzone stellen we pas later in, dus op dit moment kunt u het beste UTC tijd gebruiken. Om bijvoorbeeld de klok op 16:21 op 29 maart 2005 te zetten, gebruikt ui:

Codevoorbeeld 1.1: De UTC datum/tijd goed zetten

# date 032916212005

Uw keuze maken

De volgende stap die u moet zetten is het installeren van de stage3 tarball op uw systeem. U heeft de keuze om de benodigde tarball van het internet te downloaden of, wanner u de Gentoo Universele Installatie CDs gebruikt, van de CD te kopiëren. Als u de Universele CD hebt en de stage die u wilt staat op de CD, is downloaden van het internet een verspilling van bandbreedte omdat de stage bestanden toch hetzelfde zijn. In de meeste gevallen kan het commando uname -m worden gebruikt bij het bepalen van het te downloaden stage bestand.

1.  Standaard: Een Stage van het internet gebruiken

Downloaden van de stage tarball

Ga naar het Gentoo mountpunt waar uw bestandssysteem is aangekoppeld (zeer waarschijnlijk /mnt/gentoo):

Codevoorbeeld 1.1: Naar het Gentoo mountpunt gaan

# cd /mnt/gentoo

Afhankelijk van jouw installatie medium zijn er een aantal tools beschikbaar om een stage te downloaden. Wanner u links tot uw beschikking heeft, kunt u direct naar de Gentoo mirrorlijst surfen en een mirror zoeken die dicht bij u is.

Indien u links niet to uw beschikking heeft, dan zou u wel lynx moeten hebben. Indien u via een proxy moet, exporteer dan de http_proxy en ftp_proxy variabelen:

Codevoorbeeld 1.1: Uw proxy instellen voor lynx

# export http_proxy="http://proxy.server.com:port"
# export ftp_proxy="http://proxy.server.com:port"

We nemen nu aan dat u links tot uw beschikking hebt.

Zoek de releases map, gevolgd door uw architectuur (x86/ bijvoorbeeld) en de Gentoo versie (2006.1/) en tot slot de stages/ map. Daar zou u alle voor jouw architecuur beschikbare stage bestanden moeten zien (soms zitten zo nog in submappen voor individuele subarchitecturen). Kies er een en druk op D om te downloaden. Als het bestand binnen is, drukt u op Q om de browser af te sluiten.

Codevoorbeeld 1.1: Naar de mirror lijst surfen met links

# links http://www.gentoo.org/main/en/mirrors.xml

Indien u proxy ondersteuning nodig hebt met links:)
# links -http-proxy proxy.server.com:8080 http://www.gentoo.org/main/en/mirrors.xml

Check nog een keer of u een stage3 tarball heeft - installaties met een stage1 of stage2 tarball worden niet meer ondersteund.

Wanner u de integriteit van een gedownloade stage tarball wilt controleren, kunt u md5sum gebruiken en vergelijken met de MD5 checksum die jouw mirror levert. Om bijvoorbeeld de correctheid van de x86 stage tarball te controleren:

Codevoorbeeld 1.1: Voorbeeld controle van een stage tarball

# md5sum -c stage3-x86-2006.1.tar.bz2.DIGESTS
stage3-x86-2006.1.tar.bz2: OK

De stage tarball uitpakken

Belangrijk: Als je gebruikt maakt van een ${arch}, en gebruik maakt van de InstallatieLiveCD, zul je de stages niet op de cd staan hebben. Je zult de instructies moeten volgen voor Een stage Tarball van het Internet gebruiken.

Pak de door u gedownloade stage uit op uw systeem. Wij gebruiken GNU's tar om verder te gaan, omdat het de simpelste methode is:

Codevoorbeeld 1.1: De stage uitpakken

# tar xvjpf stage3-*.tar.bz2

Zorg dat u dezelfde opties (xvjpf) gebruikt. De x staat voor Extract (uitpakken), de <v> voor Verbose om te zien wat er gebeurt tijdens het uitpakken (oke, deze is optioneel), de j voor Decompress met bzip2, de p voor Preserve permissions (behoud rechten) en de f om duidelijk te maken dat we een bestand willen uitpakken en niet standaard input.

Nota: De Installatie CDs en boot images van sommige architecturen (MIPS bijvoorbeeld) steunen op de in de BusyBox ingebouwde tar welke op dit moment de -v optie niet ondersteunt. Gebruik dan alleen xjpf als opties.

Nu de stage geïnstalleerd is, gaat u verder met Portage installeren

1.  Alternatief: Een Stage van de Installatie CD gebruiken

De stage tarball uitpakken

Belangrijk: Wanneer u op een x86 systeem de Installatie LiveCD gebruikt, zijn de stages niet terug te vinden op de CD. U kunt dan de instructies voor een stage tarball van het internet door nemen.

De stages op de CD bevinden zich in de /mnt/cdrom/stages map. Om een lijst te zien van alle beschikbare stages gebruikt u ls:

Codevoorbeeld 1.1: Alle beschikbare stages zien

# ls /mnt/cdrom/stages

Als het systeem een foutmelding geeft dient u mogelijk eerst de CD te mounten:

Codevoorbeeld 1.1: De CD mounten

# ls /mnt/cdrom/stages
ls: /mnt/cdrom/stages: No such file or directory
# mount /dev/cdroms/cdrom0 /mnt/cdrom
# ls /mnt/cdrom/stages

Ga nu naar uw Gentoo mountpunt (meestal /mnt/gentoo):

Codevoorbeeld 1.1: naar de map /mnt/gentoo gaan

# cd /mnt/gentoo

We zullen nu de stage tarball van jouw keuze uitpakken. We zullen hierbij GNU's tar gebruiken. Zorg dat u dezelfde opties (xvjpf) gebruikt! Het v argument is optioneel en wordt niet ondersteund in sommige tar versies. In het volgende voorbeeld zullen we de stage tarball stage3-<subarch>-2006.1.tar.bz2 uitpakken. Zorg dat u de bestandsnaam vervangt door uw stage.

Codevoorbeeld 1.1: De stage tarball uitpakken

# tar xvjpf /mnt/cdrom/stages/stage3-<subarch>-2006.1.tar.bz2

Nu de stage geïnstalleerd is, ga verder met Portage installeren

1.  Portage installeren

Een Portage snapshot uitpakken

Nu kunt u een Portage snapshot installeren, een verzameling van bestanden die Portage vertellen welke software pakketten u kunt installeren, welke profielen beschikbaar zijn, etc.

Download en installeer een Portage snapshot

Ga naar het mountpunt waar u het bestandssysteem hebt gemount (zeer waarschijnlijk /mnt/gentoo):

Codevoorbeeld 1.1: Naar het Gentoo mountpunt

# cd /mnt/gentoo

Start links (of lynx) en ga naar onze Gentoo mirror lijst. Kies een mirror dicht bij u en open de snapshots/ map. Download daar de laatste Portage snapshot (portage-latest.tar.bz2) door hem te selecteren en op D te drukken.

Codevoorbeeld 1.1: Naar de Gentoo mirrorlijst toe gaan

# links http://www.gentoo.org/main/en/mirrors.xml

Sluit nu uw browser af door op Q te drukken. U heeft nu een Portage snapshot opgeslagen in /mnt/gentoo.

Indien u wilt checken of het bestand dat u hebt gedownload gelijk is aan het origineel, dan kunt u dat doen met md5sum door het resultaat daarvan te vergelijken met het resultaat dat u op de mirror waar u van download kunt vinden.

In de volgende stap zullen we de Portage snapshot uitpakken op uw systeem. Zorg dat u het exacte commando gebruikt; de laatste optie is een hoofdletter C, geen c.

Codevoorbeeld 1.1: Uitpakken van het Portage snapshot

# tar xvjf /mnt/gentoo/portage-latest.tar.bz2 -C /mnt/gentoo/usr

1.  De compilatie opties configuren

Introductie

Om Gentoo te optimaliseren kunt u een aantal variabelen instellen die invloed hebben op het gedrag van Portage. Al deze variabelen kunnen worden ingesteld als omgevingsvariabele (met behulp van export), maar dat is niet permanent. Om deze instellingen te behouden biedt Portage /etc/make.conf , een configuratie bestand voor Portage. Het is dit bestand die we nu gaan bewerken.

Nota: Een lijst met commentaar van alle beschikbare variabelen kan worden gevonden in /mnt/gentoo/etc/make.conf.example. Voor een succesvolle Gentoo installatie moet u alleen de variabelen instellen die hieronder worden genoemd.

Start uw favoriete editor (in deze handleiding gebruiken we nano) zodat we de optimalisatie variabelen die hierna worden besproken kunnen aanpassen.

Codevoorbeeld 1.1: /etc/make.conf openen

# nano -w /mnt/gentoo/etc/make.conf

Zoals u waarschijnlijk hebt gemerkt is make.conf.example in een algemene manier gestructureerd: commentaar regels beginnen met een "#", andere regels bepalen variabelen door middel van de VARIABELE="inhoud" syntax. Het make.conf bestand gebruikt dezelfde syntax. Enkele van die variabele worden nu besproken.

CHOST

De CHOST variabele bepaalt voor welke architectuur wordt gecompileerd. Deze variabele is al juist ingesteld. Pas deze niet aan aangezien dit uw besturingssysteem kan beschadigen. Als de CHOST variabele verkeerd lijkt, kan het zijn dat u de verkeerde stage3 gebruikt.

CFLAGS and CXXFLAGS

De CFLAGS en respectievelijk CXXFLAGS variabelen bepalen de optimalisatie vlaggen voor de gcc C en respectievelijk C++ compiler. Hoewel we deze in het algemeen hier bepalen, zult u alleen de maximale prestaties krijgen wanneer u deze vlaggen apart voor elk programma bepaalt. De reden hiervoor is dat elk programma anders is.

In make.conf kunt u die optimalisatie vlaggen plaatsen waarbij u denkt dat uw systeem over het algemeen het meeste baat heeft. Plaats geen experimentele instellingen in deze variabele; te veel optimalisaties kunnen programma's zich slecht laten gedragen (crash, of erger, slecht functioneren).

We zullen niet alle mogelijke optimalisatie opties bespreken. Als u ze allemaal wilt weten, lees de GNU Online Manual(s) (Engelstalig) of de gcc info pagina (info gcc -- werkt alleen op een werkend Linux systeem). Het make.conf.example bestand bevat ook een boel voorbeelden en informatie; vergeet dit niet ook te lezen.

De eerste instelling is de -march= vlag welke de naam van de doel architectuur bepaalt. Mogelijke opties worden beschreven in het make.conf.example bestand (als commentaar). Voor bijvoorbeeld de x86 Athlon XP architectuur:

Codevoorbeeld 1.1: De GCC march instelling

-march=athlon-xp

Een tweede is de -O vlag (dat is een hoofdletter O, geen nul) welke de gcc optimalisatie klasse vlag bepaalt. Mogelijke klassen zijn s (voor bestandsgrootte-optimalisatie (in Engels size)), 0 (nul - geen optimalisaties), 1, 2 of 3 voor snelheids-optimalisatie vlaggen (iedere klasse heeft dezelfde vlaggen als de voorgaande, plus wat extras). Bijvoorbeeld een klasse-2 optimalisatie:

Codevoorbeeld 1.1: De GCC O instelling

-O2

Een andere populaire optimalisatie vlag is -pipe (gebruikt pipes in plaats van tijdelijke bestanden voor de communicatie tussen de verschillen stages van het compileren).

Let er op dat het gebruik van -fomit-frame-pointer (welke de frame pointer niet in een register zet voor functies die dat niet nodig hebben) serieuze gevolgen kan hebben voor het debuggen van applicaties!

Op het moment dat u de CFLAGS en CXXFLAGS bepaalt, zou u enkele optimalisatie vlaggen kunnen combineren, zoals in het volgende voorbeeld:

Codevoorbeeld 1.1: Defining the CFLAGS and CXXFLAGS variable

CFLAGS="-march=athlon-xp -pipe -O2"
CXXFLAGS="${CFLAGS}"                  # Gebruik die instelling voor bijde variabelen

MAKEOPTS

Met MAKEOPTS kunt u instellen hoeveel parallelle compilaties tegelijk plaats moeten vinden als u een pakket installeert. Een goede keuze is het aantal CPU's in het systeem plus een, maar deze vuistregel is niet altijd perfect.

Codevoorbeeld 1.1: MAKEOPTS voor een algemeen, 1-CPU systeem

MAKEOPTS="-j2"

Klaar, op uw plaatsen, af!

Update uw /mnt/gentoo/etc/make.conf naar wens en sla hem op (nano gebruikers zouden Ctrl-X moeten gebruiken). U bent nu klaar om verder te gaan met (Installatie van het Gentoo Basis Systeem).

Upgedate op 1 november 2006

De originele versie van dit document was laatst geupdate om 17 december 2013

Korte inhoud: Gentoo installaties werken door een stage3 archief. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe je dit archief kunt uitpakken en de Portage kunt configureren.

Donate to support our development efforts.

Copyright 2001-2014 Gentoo Foundation, Inc. Questions, Comments? Contact us.