|
1.
Het gebruik van een deel van de Portage boom
Uitsluiten van pakketten en/of categorieën
U kunt bepaalde categorieën en/of pakketten selectief vernieuwen en andere
categorieën/pakketten negeren. We doen dit door rsync bepaalde
categorieën/pakketten te laten negeren gedurende de emerge --sync fase.
rsync zal normaal de inhoud van /etc/portage/rsync_excludes
controleren, indien aanwezig. Hierin staan de categorieën en/of pakketten
waarvan u niet wilt dat rsync ze vernieuwt.
Codevoorbeeld 1.1: De variabele RSYNC_EXCLUDEFROM in /etc/make.conf |
RSYNC_EXCLUDEFROM=/etc/portage/rsync_excludes
|
Codevoorbeeld 1.1: Alle spellen in /etc/portage/rsync_excludes zetten |
games-*/*
|
Vergeet echter niet dat dit tot afhankelijkheidsproblemen kan leiden omdat
nieuwe, toegevoegde pakketten wellicht afhankelijk zijn van nieuwe, maar
genegeerde pakketten.
1.
Toevoegen van niet-Gentoo ebuilds
Definiëren van de map Portage_overlay
U kunt Portage vragen om ebuilds te gebruiken die niet beschikbaar zijn gesteld
via de Portage boom. Maak een nieuwe map aan (bijvoorbeeld
/usr/local/portage) waarin u deze ebuilds in plaatst.
Gebruik dezelfde mappenstructuur als in de officiële Portage-boom!
Vervolgens definieert u PORTDIR_OVERLAY in /etc/make.conf en laat
deze verwijzen naar de eerder aangemaakte map. Als u nu Portage gebruikt, zal
het deze ebuilds ook gebruiken zonder deze ebuilds de volgende keer dat u
emerge --sync gebruikt te verwijderen of te overschrijven.
Met meerdere overlays werken
Sommige gebruikers zullen meerdere overlays willen gebruiken, om pakketten te
kunnen testen voordat ze officieel in de Portage boom komen of omdat ze niet
ondersteunde ebuilds willen gebruiken. Zij kunnen gebruik maken van
gensync uit het pakket app-portage/gentoolkit-dev, waarmee ze hun
overlays kunnen bijhouden.
Met gensync kunt u een verzameling eigen ebuild op een eenvoudige manier
bijhouden. Elke verzameling heeft een bestand .syncsource in de
map /etc/gensync/. Dit bestand bevat de lokatie van de
verzameling, naam, ID, etc.
Stel dat u twee extra ebuild verzamelingen hebt, die u java (voor het
testen van java ebuilds) en entapps (voor applicaties voor uw eigen
bedrijf) noemt. U kunt deze dan updaten met het volgende commando:
Codevoorbeeld 1.1: Gebruiken van gensync om te updaten |
# gensync java entapps
|
1.
Niet door Portage onderhouden applicaties
Het gebruik van Portage met zelf onderhouden applicaties
Soms wilt u applicaties zelf configureren, installeren en onderhouden zonder dat
Portage dit proces voor u automatiseert, ook al kan Portage de applicaties
leveren. Bekende gevallen zijn de kernel nvidia drivers. Je kunt Portage
zo configureren dat het weet dat een bepaalde applicatie handmatig geïnstalleerd
is op uw systeem. Dit proces wordt injecting genoemd en wordt door
Portage ondersteund via het /etc/portage/profile/package.provided
bestand.
Als u bijvoorbeeld Portage wilt informeren over vanilla-sources-2.6.11.6
die u zelf handmatig geïnstalleerd hebt, neem dan de volgende regel op in
/etc/portage/profile/package.provided:
Codevoorbeeld 1.1: Voorbeeld regel voor package.provided |
sys-kernel/vanilla-sources-2.6.11.6
|
|