|
1.
Portage bestanden
Configuratie Instellingen
Portage komt met een standaard configuratie die opgeslagen is in
/etc/make.globals. Als u er naar kijkt, zult u zien dat de
configuratie afgehandeld wordt door middel van variabelen. Welke variabelen
Portage gebruikt en wat deze betekenen, zal later beschreven worden.
Omdat veel configuratie instellingen verschillen per architectuur, heeft Portage
tevens standaard configuratie bestanden die deel uitmaken van uw profiel. Naar
uw profiel wordt verwezen door de /etc/make.profile symlink;
Portage configuraties worden gezet in de make.defaults bestanden
van uw profiel en alle bovenliggende profielen. We zullen later meer
uitleggen over profielen en de /etc/make.profile map.
Als u van plan bent een wijziging aan te brengen in een configuratie variabele,
pas dan niet /etc/make.globals of make.defaults
aan. Gebruik in plaats daarvan /etc/make.conf die voorrang heeft
boven de eerder genoemde bestanden. U kunt ook het voorbeeld bestand
/etc/make.conf.example bekijken. Zoals de naam aangeeft, is dit
een voorbeeld bestand, Portage leest de gegevens in dit bestand niet.
U kunt ook een Portage configuratie variabele als een omgevingsvariabele
definiëren, maar we raden dit niet aan.
Profiel Informatie
We zijn de map /etc/make.profile reeds tegen gekomen. Het is niet
echt een map, maar een symbolische link naar een profiel, standaard degene die
in /usr/portage/profiles staat, hoewel u ook uw eigen profielen
kunt aanmaken en naar deze profielen kunt verwijzen. Het profiel waar deze
symbolische link naar verwijst is het profiel die uw systeem gebruikt.
Een profiel bevat architectuur-gebonden informatie voor Portage, zoals een
lijst van pakketten die bij het systeem behoren overeenkomstig met het profiel,
een lijst van pakketten die niet werken (of gemaskeerd zijn) voor dat profiel,
etc.
Gebruikers Configuratie
Als het nodig is het gedrag van Portage te veranderen betreffende de installatie
van applicaties, zult u de bestanden binnen /etc/portage moeten
aanpassen. We raden u streng aan de bestanden binnen
/etc/portage te gebruiken en raden het streng af om het
gedrag aan te passen door middel van omgevingsvariabelen!
Binnen /etc/portage kunt u de volgende bestanden aanmaken:
-
package.mask waarin de pakketten staan waarvan u wilt dat
Portage ze nooit zal installeren.
-
package.unmask waarin de pakketten staan die u wilt
installeren, zelfs als dit door de Gentoo ontwikkelaars streng afgeraden
wordt.
-
package.keywords waar de pakketten staan die u wilt
installeren, zelfs als deze pakketten (nog) niet geschikt zijn bevonden voor
uw architectuur.
-
package.use welke de USE argumenten staan die u wilt gebruiken
voor bepaalde pakketten zonder dat het hele systeem deze argumenten zal
gebruiken.
Meer informatie over de map /etc/portage en een volledige
lijst van mogelijke bestanden die u kunt aanmaken, kan gevonden worden in de
Portage man pagina:
Codevoorbeeld 1.1: Het lezen van de Portage man pagina |
$ man portage
|
Het veranderen van Portage bestanden & mappen lokaties
De eerder genoemde configuratie bestanden kunnen niet ergens anders geplaatst
worden - Portage zal altijd op deze lokaties naar deze configuratie bestanden
zoeken. Portage gebruikt echter ook vele andere lokaties voor verschillende
doeleinden: build map, opslag van broncodes, Portage boom lokatie, ...
Al deze doeleinden hebben bekende standaard lokaties maar kunnen aangepast
worden naar eigen smaak door /etc/make.conf. De rest van dit
hoofdstuk zal uitleggen welke lokaties Portage voor speciale doeleinden
gebruikt en hoe de plaats van deze lokaties gewijzigd kunnen worden binnen uw
bestandssysteem.
Dit document is niet bedoeld als naslag. Als u 100% van de informatie wilt
lezen, neem dan de Portage en make.conf man pagina's door:
Codevoorbeeld 1.1: Het lezen van de Portage en make.conf man pagina's |
$ man portage
$ man make.conf
|
1.
Bestanden opslaan
De Portage Boom
De standaard lokatie van de Portage boom is /usr/portage. Dit is
gedefinieerd door middel van de variabele PORTDIR. Als u de Portage boom ergens
anders opslaat (door de eerder genoemde variabele aan te passen), vergeet dan
niet ook de symbolische link /etc/make.profile aan te passen.
Als u de variabele PORTDIR aanpast, zult u de volgende variabelen
waarschijnlijk ook aan willen passen, anders zullen deze niet op de hoogte zijn
van de nieuwe lokatie van PORTDIR. Dit komt door de manier waarop Portage de
volgende variabelen behandelt: PKGDIR, DISTDIR, RPMDIR.
Voorgecompileerde pakketten
Ondanks het feit dat Portage geen voorgecompileerde paketten gebruikt, is er
wel ondersteuning voor ze. Wanneer u Portage instelt om te werken met
voorgecompileerde pakketten, zoekt het deze in de map
/usr/portage/packages. Deze map is gedefinieerd in de variabele
PKGDIR.
Broncodes
De broncodes voor alle pakketten worden standaard opgeslagen in de map
/usr/portage/distfiles. Deze lokatie wordt gedefinieerd door
de variabele DISTDIR.
RPM Bestanden
Hoewel Portage geen RPM bestanden kan gebruiken, is het in staat deze bestanden
te genereren door gebruik te maken van het ebuild commando
((De Ebuild applicatie)). De standaard
lokatie waar Portage RPM bestanden opslaat is /usr/portage/rpm,
dit is gedefinieerd door de RPMDIR variabele.
1.
Applicaties compileren
Tijdelijke Portage Bestanden
Tijdelijke bestanden van Portage worden standaard opgeslagen in de map
/var/tmp. Dit is gedefinieerd door de variabele PORTAGE_TMPDIR.
Als u de PORTAGE_TMPDIR variabele aanpast, zult u tevens de volgende variabelen
willen aanpassen, omdat deze anders de verandering van de PORTAGE_TMPDIR niet
zullen opmerken. Dit komt door de manier waarop Portage omgaat met deze
variabele: BUILD_PREFIX.
Build mappen
Portage maakt per pakket dat het installeert een specifieke build map aan in
/var/tmp/portage. Deze lokatie is gedefinieerd door de
BUILD_PREFIX variabele.
Lokatie in het bestandssysteem
Portage installeert standaard alle bestanden in het huidige bestandssysteem
(/), maar u kunt dit veranderen door de ROOT omgevingsvariabele
aan te passen. Dit is handig als u nieuwe installaties wilt compileren.
1.
Mogelijkheden om te loggen
Loggen per Ebuild
Portage kan per ebuild log bestanden aanmaken, maar alleen als de variabele
PORT_LOGDIR is ingesteld op een lokatie die schrijfbaar is voor Portage (de
portage gebruiker). Standaard is deze variabele niet ingesteld.
|